maandag 7 juli 2014

Biganos

Zondag 6 juli
Regenachtige dag. Rondje van 30 km gefietst door vooral bos. Beetje saai en we moesten vaak even schuilen voor een bui. Wel heel knap van Louis dat hij al zo ver gefietst heeft. Hij heeft zijn fietshelm laten liggen in een speeltuintje. Wat gespeeld bij een beek en toen we er achter kwamen en hem gingen halen was hij weg. 

Om half drie waren we terug op de camping en toen begon het echt te stortregenen. Rest van de dag een beetje in de tent gehangen. 
Wel nog bij een heel leuk oud haventje met allemaal kleine houten huisjes geweest.


Maandag 7 juli
De dag begon weer met regen ik lag in mijn bed en keek naar het tentdoek dat, met Louis woorden, van bruin-geel langzaam veranderde in goud. Maar gelukkig stopte het voor we gingen ontbijten en brak de zon door. 
Onder druk van de kinderen vandaag een dagje camping. Lekker spelen in het zwembad.
Ik kan me van vroeger herinneren dat wij dat ook het liefst wilden. De hele dag zwemmen. De blijdschap die je voelde door het water en het feit dat je daar eindeloos in kon blijven liggen is met weinig anders te vergelijken en jammergenoeg heb je dat later niet meer op die manier. Gewoon spelen, handstand doen, dingen opduiken, uit het water gaan om er dan meteen weer in te springen/duiken, beetje kletsen met andere kinderen en natuurlijk op allerlei manieren zwemmen. Dat hielden we moeiteloos de hele zomer vol. 
Het kost me dan ook moeite om Louis en Ole uit het water te krijgen. 

Ole zegt tegen iedereen (en er zitten hier alleen maar Fransen) met een grote grijns op zijn gezicht: "Ik ben Ole, en dit is mijn neefje Louis". 

Zielig voor de magere man. 

zaterdag 5 juli 2014

Amsterdam-Biganos Facture

Vrijdag 4 juli 
Het liefst zou ik willen schrijven dat de reis voorspoedig verlopen was, maar dat is helaas niet het geval. Je kan wel stellen dat het alles behalve voorspoedig ging. Nu hebben wij al een kleine geschiedenis van barre tochten want vorig jaar ging ook zo ongeveer alles mis wat er mis kon gaan (ik in de trein naar Schiphol, Louis en Tobias niet, vliegtuig gemist, tassen weg met huissleutel daarin, treinstaking in Frankrijk enz). Dit keer was het gelukkig niet onze eigen schuld: 
Om half negen gingen we van huis en miste eerst onze tram. In de bus naar WTC hoorden we dat er geen treinen reden omdat er een vrachtwagen op het spoor stond. Er reden wel bussen maar de rij was enorm. 
Gelukkig heeft Tobias connecties en belde hij de taxichauffeur Ynze. De man waar hij, naar eigen zeggen, na mij het meest mee praat. Hij kwam een half uur later en reed hard vloekend op andere bestuurders (kankerwijf, scheithoer!!!) en in zijn intercom schreeuwend, naar schiphol. We betaalden hem 40 euro. 
In de vertrekhal zagen we dat onze vlucht niet om 11.30 maar om 14.40 zou gaan. Later werd dat 16.00 en toen 16.30 uur. Vijf uur vertraging dus plus de twee uur vantevoren die je er moest zijn = zeven uur wachten op Schiphol. 
Gelukkig is er op Schiphol van alles te doen en verbleven we een groot deel van de dag in een speeltuintje bij het uitzwaaiterras. 
Om twee uur gingen we maar eens inchecken maar toen vertelde een meisje van easyJet dat dat twee uur voor vertrek moest en dat de bagage check-inn allang gesloten was. Met zo'n stewardessenglimlach vertelde ze mij dat ze niets meer voor ons kon doen. Ik dacht de scheldwoorden van de taxichauffeur en vroeg op mijn allerliefst of ik de manager kon spreken. Op dat moment begon Ole te huilen en een andere meneer heel boos te schreeuwen en dat kwam me eigenlijk wel goed uit. De manager had medelijden en stuurde een ander easyjetmeisje met onze koffers door de douane. 
Om kwart voor vijf zaten we uiteindelijk in het vliegtuig. De kinderen gedroegen zich, in tegenstelling tot de andere kinderen in het vliegtuig voorbeeldig en om kwart over zes kwamen we aan in Bordeaux. Toen nog 40 minuten met de bus en 30 met de trein en om kwart voor negen werden we opgehaald door Fred (onze reisleider). 
Nog pizza en mosselen gegeten  bij de in mineurstemming zijnde Franssen (Duitsland- Frankrijk 1-0) en toen lekker naar bed. 

Zaterdag 5 juli
Rustdag. Klein fietstochtje naar  Audenge het buurdorp waar een soort markt/ kermis was. Louis ging vier keer in de draaimolen omdat Ole niet durfde. 
Op een zeepaardje
In een brandweerauto
In een safari-jeep
En tsja... op/ in een clown

Net bij het zwembad vroegen mensen aan Tobias: is het water Chaud. No, no. zij Tobias waarop de mensen snel weer weg gingen. Water was heerlijk en heel zwembad voor onszelf.

zondag 29 juni 2014

fietsen rond het Bassin van Arcachon Frankrijk

zondag 29 juni 2014
Van 4 juli tot 20 juli gaan we in Frankrijk fietsen en kamperen in de buurt van Bordeaux. Mijn blog veranderd  nu dus even in een vakantieblog en ik hoop er elke dag een stukje op te schrijven.

Dit gaan we doen:

http://www.fiets-fun.nl/nl/frankrijk/gironde_(f1).html?act=print&pid=342




Nu eerst nog een weekje werken


dinsdag 17 juni 2014

Respect voor de kleuterjuf!

Als ik tegen mensen zeg dat ik in het basisonderwijs werk hebben ze vaak als eerste reactie: " Oh, dan heb je heel  veel vakantie!". En ja, de vakantie is alles bij elkaar wel 12 weken en ik moet zeggen dat ik dat zelf ook heel fijn vindt. Maar ik zie het ook als noodzakelijk om bij te komen van de andere 40 hectische weken. Weken waarin altijd wel wat speelt. "Never a dull moment.
Nu begint de zomervakantie over drie weken en ik ben echt elke minuut aan het aftellen. Niet omdat ik het niet leuk vindt, genoeg van de kinderen heb of het gevoel heb dat het zinloos is wat ik doe. Maar gewoon omdat ik OP ben, uitgeput, lopend op mijn laatste tandvlees.
Ik voel me een beetje zoals het tweede uiltje hieronder. En dan heb ik het, weer volgens "sommigen" nog relatief makkelijk want ik geef les aan de kleuters.


Dus nu even wat argumenten die pleiten voor meer respect voor de kleuterjuf:

  1. In een kleuterklas zitten aan het einde van het jaar 29 kinderen. Even ter vergelijking: in en peutergroep op de crèche zitten 12 kinderen op 2 begeleiders. Als ze dan jarig zijn geweest zitten ze ineens met meer dan het dubbele in een klas met 1 juf. Ik probeer aandacht te besteden aan al die kinderen. Ik wil dat ze zich welkom voelen, het leuk vinden op school en ook nog flink veel leren. Maar door de hoeveelheid kinderen weet ik soms niet eens waar ik moet beginnen: bij het kind dat huilend naar zijn weglopende moeder staat te kijken, bij degene die naast de wc in een grote plas staat of bij degene die haar buurvrouw met de vingerverf aan het versieren is.
  2. De spanningsboog van een gemiddelde kleuter ligt lager dan 10 minuten. Bij Montessorionderwijs doen alle kinderen hun eigen werk. Allemaal iets anders dus. Ze werken zelfstandig, maar zo zelfstandig zijn ze nog niet op 4 en 5 jarige leeftijd. Het komt er op neer dat ze allemaal steeds aan mijn been hangen en met hun lieve kinderstemmetjes op een wat zeurderige, vragende  toon zeggen: "Juf (maar dan langgerekt), kan je me helpen, ik weet niet wat ik moet doen, hij/zij slaat me, mijn beker is omgevallen, kijk eens naar mijn .... (tekening, werkje, bloedende knie, kleibouwsel, losse tand).
  3. Toen ik tien jaar geleden in de onderbouw ging werken zaten er maximaal 24 kinderen in de klas, én had je ook nog een klassenassistent in de klas. Die nam ons juffen heel veel werk uit handen. Ze vulde de lijmpotjes, sleep de potloden, knutselde met groepjes op de gang, maakte schriftjes, verschoonde de kinderen die in hun broek hadden geplast of gepoept, hielp met aankleden na de gymles, strikte veters, troostte kinderen en maakte regelmatig de kasten schoon. Door bezuinigingen zijn deze engelen er nu niet meer en moet ik al die dingen zelf doen of hulp van ouders regelen.
  4. Ouders zijn behoorlijk veeleisend. Ze willen het beste voor hun kind (wat ik overigens hun goed recht vindt) maar vergeten soms dat ik naast die van hun ook nog 28 anderen in de klas heb. Ook moeten ze in de onderbouw nog vaak zelf opgevoed worden. Ze zijn een beetje vergeten hoe het er op een school aan toe gaat. Hun eigen basisschooltijd is, bij moderne, hoogopgeleide ouders pak hem beet 25 jaar geleden afgelopen en ze zijn de service-gerichtheid van de crèche gewend. Ze willen het liefst elke dag een uitgebreid verslag van hoe hun bloedje het die dag gedaan heeft, blijven bij het afscheid nemen eindeloos treuzelen voor de deur om nog wat naar binnen te gluren en sturen op onchristelijke uren sms-jes om mij te vertellen dat hun kind een beetje misselijk is en echt even moet uitslapen de volgende dag.  Ze willen dat hun kind naast rekenen en taal zich ook nog creatief, geestelijk, mentaal en sociaal ontwikkelt en dat we aandacht besteden aan van alles en nog wat. Maar als ik hen wil vragen ergens bij te helpen is dat moeilijk want ze werken veel en sturen hun kroost vaak ook nog naar de naschoolse opvang.
  5. Bijna de helft van de leerkrachten in het basisonderwijs vindt de werkdruk onacceptabel hoog. Dit komt grotendeels door de niet lesgevende taken (vergaderen/ overleggen, nakijken, de administratie, groepsplannen en handelingsplannen schrijven en oudergesprekken voeren).   Maar ook door de hoeveelheid lessen die je moet geven en de toetsen die je moet afnemen. Een klas voelt eigenlijk een beetje als een eigen bedrijfje wat je naar eigen goeddunken kan leiden maar er worden steeds meer eisen gesteld die "van buiten af" komen en daardoor als opgelegde taken voelen. (Dit is in de midden- en bovenbouw trouwens nog veel erger dan bij ons in de onderbouw).
Nou, ik geloof dat ik het hier maar zo'n beetje bij laat. Het begint nu te voelen als zeuren en dat was toch ook weer niet mijn bedoeling. Ik heb gewoon HEEL VEEL ZIN IN DE VAKANTIE! en dan gaan we er in het nieuwe jaar weer fris tegen aan. dat kan, na zes weken zomervakantie.



woensdag 11 juni 2014

De Vrije School

Voor veel mensen is de pubertijd een ingewikkelde periode in hun leven, waarin men ook niet altijd even gelukkig is. Niet voor mij.... En dat kwam voor een groot gedeelte door de Vrije School:

Rooms-katholieke School de Wegwijzer. Zo heette de school waar ik eerst op zat. Dat was de basisschool bij ons in het dorp.  Er viel niet zo veel te kiezen. Ook daar had ik het wel naar mijn zin, want ik ben nou eenmaal van nature een heel opgewekt en vrolijk persoon.
Maar ik was wel altijd "anders". Mijn ouders waren gescheiden, we woonden in een soort van rare commune (met veel mensen, die niet uit de streek afkomstig waren en anders praatten), we waren niet gelovig en links en tegen kern-energie  ik had hele rare kleren aan. Dat laatste lag, ben ik bang, aan mijzelf want mijn zus zag er altijd tiptop uit. Toch had ik het leuk op die school.
Als de andere kinderen communie gingen doen, fietste ik naar de kerk om naar ze te gaan kijken. Na school ging ik bijna altijd bij iemand spelen of iemand kwam bij mij. En ik ging eigenlijk altijd met plezier naar school, al vond ik leren niet zo belangrijk en deed ik het liefst niet al teveel.
Ondanks mijn hoge cito-score in groep acht kreeg ik mavo advies. mijn moeder had het briljante idee dat het met mij dan nooit iets zou worden omdat ik liever lui dan moe ben en op de mavo niet veel zou uitvoeren. Daarom stuurde ze me in Nijmegen naar de school van Rudolph Steiner.

achtste klas met Vincent, Maurice en Fabienne
 


Op de vrije school begin je de dag met een spreuk. Alle kinderen gaan achter hun stoel staan en dreunen gevoelloos de zeventien regels-tellende spreuk op: https://www.antrovista.com/?spreuk=201
Daarna kreeg je periode- onderwijs. Je krijgt dan drie weken lang hetzelfde vak/onderwerp behandelt in  twee uren. Het onderwerp wordt dus heel uitgebreid behandeld. Tijdens deze periodes houd je zelf een schrift bij dat aan het einde van de periode met tekst en tekeningen ingeleverd moet worden bij de leraar en meetelt voor je cijfer. Er is aan het einde van elke periode ook een proefwerk over de behandelde lesstof. Je krijgt elk jaar geschiedenis, aardrijkskund, Nederlands,  natuurkunde en biologie maar daarnaast ook andere "periodes zoals sterrenkunde, landmeten en poëtica.
Na die twee uur een pauze (waarin ik vanaf ongeveer mijn vijftiende sigartejes rooktte) en daarna de andere vakken zoals wiskunde, de talen en gym, maar ook "vrije school-vakken" zoals euritmie en koor-zang.

Vanaf de allereerste dag voelde ik me daar als een vis in het water. "zo kan het leven dus ook zijn" dacht ik. Ik fietste elke dag naar de stad. zeventien kilometer heen en ook weer zeventien kilometer terug (daar had ik wel een gruwelijke hekel aan hoor). En niet dat ik niet walgde van die "gekke antroposofen" met hun lange rokken, gebreide truien en sokken in hun sandalen. Van altijd weer die kruiden thee met worteltjescake, van die pasteltinten die in elkaar overlopen en van al dat blanke hout zonder hoeken. Nee, dat vonden wij allemaal héél erg stom. En ook vakken als Euritmie waren nou niet bepaald stoer. Maar ik had heel veel lol met mijn vrienden en vriendinnen en zag school zelf als een bijzaak. De hele dag waren we aan het kletsen en dan na school gingen we nog even de stad in en als ik dan thuis kwam ging ik bellen of ellelange brieven schrijven aan diezelfde vrienden en vriendinnen. En in het weekend ging ik bijna altijd bij één van onderstaande personen logeren en dan tot diep in de nacht ouwehoeren over helemaal niets of onschuldig flikflooien met de jongens.

vlnr: Naomi, Michiel (het broertje van Joke die de foto
heeft gemaakt), ik, Florus, Jochem, Dirk en Joris. Twaalfde klas
 
 

Toen ik de twaalfde klas gedaan had was ik klaar en moest ik naar een andere school. Ik heb toen nog aan juffrouw Nelemans gevraagd of ik niet gewoon nog een jaartje langer mocht blijven. Maar dat kon natuurlijk niet.
Ik kwam terecht op een volwassenonderwijs-fabriek en voelde me, voor het eerst in mijn leven, best ongelukkig. "Zo is het echte leven dus" dacht ik. Een behoorlijke deceptie, na het gespreide bedje dat De Vrije School heet.


zondag 1 juni 2014

Een commune

De afgelopen hemelvaartdagen leefden we in ons tuinhuis en in het tuinhuis van de buren zaten de tweelingbroer van Tobias, Silvester, zijn vriendin Andrea en hun kinderen Kolja en Lovis. Het was een heel geslaagd minivakantietje. De kinderen speelden van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Wij dronken thee, koffie, wijn of bier, werkten in de tuin, deden omstebeurt middagdutjes, waren aan het klaverjassen, praatten over onze kinderen of over de tijd van voor de kinderen en we waren vooral een groot gedeelte van de tijd aan het eten (ontbijt, lunch, ijsjes, borrelhap, barbecue).
Ook gingen we twee keer naar het Amstelpark, waar we alles, behalve de speeltuin, te gek vonden.

 
 
Als ouder vindt je al snel iets "te gek" gewoon omdat je kinderen ervan genieten en dan was er in het park ook nog een supercafé met goed zonnig terras waar wij dan weer konden praten, eten en drinken. Ook kwamen er de hele tijd bruidsparen langs, want het Amstelpark is een populaire trouwlocatie en zeer geschikt voor bruidsfoto's. Wij bekeken alle bruiden aandachtig en bespraken dan de jurk, de schoenen, de sluier en de stropdas van de bruid.
 
De laatste avond deden we kinderruil. Louis mocht bij hun in "het blauwe huisje" slapen en Lovis sliep bij Ole op de kamer. De kleintjes gingen vrij snel slapen en de groters waren, zoals verwacht tot tien uur wakker en aan het keten in bed. En ook de ouders gingen na een late vrijdagavond vandaag op tijd naar bed.
Maar s' nachts moest Lovis erg huilen en wilde ze naar haar mama terug. Tobias bracht haar snel naar het andere huisje en voor we insliepen zeiden we nog tegen elkaar dat wij het nu wel makkelijk  hadden, met alleen Ole.
Toen hij de volgende ochtend wakker werd (heel netjes om kwart voor acht) en ik zijn luier verschoonde zag ik dat hij een teek had. Tobias, die door zijn duinhuisjes-verleden veel teken-ervaring heeft haalde hem er uit. Ik kleedde hem verder aan en liet hem lekker spelen in het huisje terwijl wij nog even bleven liggen. Ik zij tegen Tobias: "waar zal ik mijn volgende blog nou eens over schrijven". Hij hoort mij er wel over praten, maar heeft mijn blog nog nooit gelezen. (desinteresse?) Over teken? zij hij, of over bruidjes in het Amstelpark? of over leven in een commune?
Daarmee bedoelde hij leven zoals wij de afgelopen dagen gedaan hadden. Ik begon meteen een hele verhandeling over dat ik het wel zag zitten, het leven in een commune. Wel met mensen die je aardig vindt en waar je ook wel de waarheid tegen kan zeggen en met behoud van je eigen "space en privacy". Ik raaskalde nog wat verder over mijn jeugd, waarin ik ook op zo'n manier woonde en hoe leuk dat wel niet was voor ons en handig als je eigen moeder nog sliep, kon je altijd ergens anders naar toe en met iemand spelen. En onze ouders hadden altijd een oppas en eens in de week gingen we gezamenlijk eten wat altijd reuze gezellig was. en bla bla bla... 
Toen kwamen Louis en Kolja binnen die luidruchtig een Pokemongevecht gingen houden in ons behoorlijk kleine huisje en Sil kwam binnen met Lovis. Ole en Lovis gingen boven op ons liggen en Sil zat op het voeteneind van het bed en besprak de sportuitslagen met zijn broer. En ik dacht alleen maar: Misschien toch maar niet, de commune........


zondag 25 mei 2014

Achtien-en-half jaar

Deze maand ben ik achttien en een half jaar met mijn "man". Dat betekent voor hem in ieder geval dat hij net zo lang met, als zonder mij is geweest in zijn leven want hij was 18 en ik net 20. We gingen dat jaar allebei in Amsterdam studeren, aan de HVA, lerarenopleiding geschiedenis. Bij de introcuctiedag kregen we een historische stadswandeling door de binnenstad en ik kwam hem en zijn groepje tegen in het Begijnhofje. Hij zat op een bankje en ik keek naar hem en dacht: die is leuk! Verder gebeurde er eigenlijk niets die dag.
Toen de colleges begonnen merkte ik dat er twee van die leuke jongens waren. Ik kon ze toen natuurlijk nog niet uit elkaar houden maar ik had wel uitgezocht dat die van dat bankje Tobias heette en zijn tweelingbroer Silvester. Er waren vier klassen met eerstejaars en ik zat in 1b, silvester in 1d en Tobias in 1a. Ik wist wie welke schoenen aan had en welk jasje en dacht zo te weten wie wie was.
Soms hadden we samen les en dan deed ik een (zelf bedacht) versiertrucje. Ik ging schuin achter hem zitten en keek hem de hele tijd aan en als hij dan keek deed ik net of ik niet naar hem keek maar langs hem heen in de verte staarde.
Ook zocht ik uit waar hij woondde door naast de leraar te gaan zitten en op de klassenlijst te kijken. Daar stond Gerard Doustraat. Ha mooi, dacht ik, dat is in de Pijp, vlak bij dus. Maar het bleek in Alkmaar te zijn (BUMMER).
Als ik in het weekend naar huis ging om de was te doen enzo besprak ik hem uitgebreid met mijn vrienden. We noemde hem Tweety, omdat zijn broer Silvester heet en dat allebei Loony-Tunes figuren zijn. Ik schreef over hem in mijn dagboek en ik bedacht manieren om met hem in contact te komen.
Ik las op dat moment het boek Demian, van Herman Hesse, en wilde dan als openingszin tegen hem zeggen: " zeg heb jij Demian gelezen? Weet je dat je sprekend lijkt op de hoofdpersoon" .
Ook had ik zijn telefoonnummer van de lijst over geschreven en wilde ik hem  bellen en dan net doen of ik van Radio Veronica was. Die hadden toen een programma waarin ze willekeurig mensen belden en vroegen naar hun liefdesleven. Zo zou ik er achter kunnen komen of hij al een vriendin had of iemand leuk vond. Jaaah, ik was een echte bakvis en ook behoorlijk verliefd, maar met hem gepraat had ik nog niet.
Na anderhalve maand gingen we met alle eerste-jaars op introductiereis naar Weilre (Limburg).   In de trein raakte ik en mijn vriendin aan de praat met hem en zijn vrienden en bij het avondeten kwamen ze bij ons aan tafel zitten en de rest van de avond en de nacht hebben  hij en ik gepraat. Voor de volgende avond was dat weer het plan maar zijn broertje bleef de hele tijd bij hem en na een tijdje zij Tobias dat hij naar bed ging. Toen heb ik maar de hele nacht met Sil gepraat en het was grappig dat ze heel veel dezelfde dingen zeiden, zoals "heb je die-en-die film gezien? Of verhalen die ze vertelden over hun jeugd. Dit was ook een leuke nacht maar ik viel duidelijk op de ander en op de terugweg in de trein trok ik mijn stoute schoenen aan en vroeg hem of hij het volgende weekend wilde komen logeren in mijn ouderlijk huis, waar ik dat weekend alleen zou zijn want mijn moeder en Hans waren op vakantie. Best dapper, toch eigenlijk, van mezelf, want we hadden verder nog niets gedaan (niet gezoend of onze liefde uitgesproken of zo). Ook bleef ik in de trein zitten tot Amsterdam, om geen moment te missen, terwijl ik  eigenlijk al in Den Bosch had moeten overstappen.
Dat weekend dat hij kwam deden we spelletjes (triviant), keken we films, en lagen we heel veel in bed, maar gezoend werd er nog altijd niet. Wel bespraken we welk lied hij ging zingen op ons huwelijk, namelijk 'Love me tender'  van Elvis Presley, waar we gingen wonen en hoeveel kinderen we zouden nemen.
Ik begon toch ook een beetje te tweifelen aan zijn geaardheid, maar was te schijterig om zelf enig initiatief te nemen. Op zondag gingen we samen in de trein terug naar Amsterdam en namen afscheid op het Centraal Station.
Pas de dinsdag twee weken later hebben we gezoend op mijn zolderkamertje zonder douche en wc en toen is hij eigenlijk nooit meer weg gegaan.
Dat gebeurde dus achttien en een half jaar geleden. Ik ben er nu achteraf verbaasd over dat ik aan de ene kant zo doortastend was en aan de andere kant ook weer niet en ook ben ik trots  omdat ik blijkbaar meteen zag dat hij de ware liefde voor mij is en dat is nu, 18÷ jaar later, nog steeds zo.

donderdag 15 mei 2014

domweg gelukkig

Ik fietste gisteren lichtelijk aangeschoten vanuit de binnenstad naar mijn huis. We hadden studiedag gehad en daarna als teamuitje een stadswandeling gemaakt door de Jordaan die eindigde op het terras van café Winkel op de Noordermarkt. Het was eigenlijk te koud om buiten te zitten maar we waren met een te grote groep en het café was te klein. Na vier biertjes op mijn lege maag voelde ik hem al behoorlijk hangen en ik had het ook heel koud gekregen. Daar kwam nog bij dat het al half zeven was, en dat ik, als ik een beetje door zou fietsen de kinderen nog even kon voorlezen voor ze naar bed gingen. Nou vind ik weggaan als het nog leuk is, en er drank in het spel is, best wel ongezellig en meestal doe ik dit dan ook maar niet en blijf ik hangen tot het einde. Maar ja, daar krijg je later dan weer zoveel spijt van.
Ik vindt fietsen door de stad moeilijk. Ik word meestal behoorlijk gestrest van het drukke verkeer en van mensen die door het rode stoplicht rijden, taxi's die over de trambaan scheuren, de trambaan sowieso, met de mogelijkheid om er met je band in vast te komen zitten, al die bruggen die je op moet met je zware moederfiets enz. Dit vind ik nog erger als ik met iemand samen moet fietsen (naast elkaar dus) en ondertussen ook nog een gezellige conversatie moet voeren. Het zal wel komen doordat ik uit een nogal achterlijk gat in Maas en waal kom, waar het, in alle opzichten, het tegenovergestelde is van Amsterdam. Maar door mijn jolige stemming had ik bedacht dat ik er nu maar eens goed van moest genieten. Het zonnetje scheen, de dag liep op zijn einde dus veel mensen waren op weg naar huis, ik was alleen en kon zelf bepalen welke route ik ging nemen. En ik ging voor de toeristische: Eerst een beetje kronkelen door de Jordaan, toen een heel stuk over de gracht (Keizers, Heren of Prinsen), een stukje door de spiegelstraat en dan..... onder het Rijksmuseum door. Ik deed dit alles op mijn dooie gemakje en ik bedacht ondertussen allerlei wijze lessen over het leven en hoe je dat zo optimaal mogelijk kan leiden. Wat ik denk dat het allerbelangrijkste is, is dat je probeert te genieten van de kleine dingen in het bestaan. Dit noem je ook wel, met een term waar ik persoonlijk een enorme hekel aan heb "Mindfulness". Van zo'n woord en de lading die er achter zit ga ik bijna kotsen en uit principe lees ik dan ook nooit de Happinez. Er hangt een zweem over heen van yoga, wierook en meditatie en aan de andere kant van "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg". Maar ja een ander woord voor genieten en stilstaan bij op het eerste gezicht onbeduidende zaken is er niet.
Onder het museum door fietsen vindt ik een teken van waar geluk. Ik ben dan ook heel blij dat het nu na al die jaren weer kan, maar ik doe en deed het jammer genoeg bijna nooit. Gewoon omdat het nooit op mijn route ligt. Maar dat maakte nu dus niet uit en ik deed het lekker wel. Ik keek naar de toeristen die er onder (de indruk) door wandelden, naar het mooi versierde plafond, naar de hele nieuwe ingang van het museum en naar het "lichtende, einde van de tunnel". Het effect van de rijksmuseum-fietstunnel (goed woord voor galgje) is het grootst als je vanuit de stad fietst en uitkomt op het uitgestrekte Museumplein met het grote grasveld, het concertgebouw in de verte, de statige gebouwen aan de zijkant,  een vijver vooraan en de briljante letters I AM STERDAM  en alle mensen die ermee op de foto willen daarvoor. Dit alles met ook nog een mooi viooldeuntje van een straatmuzikant of arme conservatoriumstudent.......


 
 
 
Meer in mijn buurtje aangekomen, kwam ik langs een huisje wat aan een brug vast zat met een deur aan de waterkant en die deur stond open. Het is raar dat daar een deur zit want daaronder ligt het water en er is ook geen mogelijkheid om je boot er vast te leggen. Dat deurtje intrigeert me altijd al en nu stond het open. Even stoppen om een foto te nemen, dacht ik, want dit heeft ook wel iets heel moois.  De tram reed langs, de eendjes kuierden rond en ik kon mijn fiets amper overeind houden en tegelijk een foto maken met mijn telefoon door de biertjes die ik had gedronken.
Domweg gelukkig in Amsterdam..........
 
 


vrijdag 9 mei 2014

Het witte cafeetje

Toen we om kwart voor elf arriveerde was het witte cafeetje nog niet open. We reden nog een stukje verder de duinnen in en zette onze fietsen bij een open plek waar van takken een hele grote hut gemaakt was. Ole scharrelde er wat rond en vroeg de hele tijd wanneer we naar de speeltuin gingen. Aan dit soort opmerkingen kan  je zien dat het echte stadskinderen zijn, die van ons. Als we ergens in de vrije natuur zijn vinden ze het wel leuk, maar verlangen ze ook naar de kant-en-klare speeltoestellen die het stadse leven hen biedt.
Daarom gingen we ook naar het witte cafeetje, want daar is een terras bij met een speeltuintje. Het witte cafeetje heet niet echt  het witte cafeetje. Het heet in het echt "Gasterij 't Woud" en het ligt niet, zoals de naam doet vermoeden, in een bos maar het ligt aan de weg tussen Egmond en Bergen met achter zich de polder en voor zich het uitgestrekte duingebied.
Ik kwam hier ook al toen ik net iets met Tobias had, zo'n slordige achttien jaar geleden. Zijn ouders hadden toen ook al een huisje in de duinen maar dan dichter bij het witte cafeetje. Wij waren vaak in dit "oude duinhuisje" waar we vooral tot diep in de nacht goedkope wijn dronken bij ons zelfgemaakte kampvuur en zogenaamd diepe gesprekken voerden over het leven dat nog zou komen. De volgende middag, als we wakker waren geworden maakten we dan een hele flinke wandeling van tien minuten door de duinen om bij het witte cafeetje eieren met spek of iets anders substansieels te gaan eten met onze katerigge koppen.
Nu we in het nieuwe duinhuisje zitten en kinderen hebben is het een iets langere fietstocht maar het blijft leuk om er naar toe te gaan. Zoals ik al zij hebben ze een goed terras met speelplek voor de kinderen maar in het cafe zelf is het ook heel leuk. Het is er gezellig bruin en hangt van top tot teen vol met scheepsmemerobilia zoals reddingsboeien, een roer, oude scheepstouwen, foto's van schepen,  schilderijen van zeeslagen, scheepjes in flessen en  houten boegbeelden van mooie dames met ontblote borsten. Eerst lag er ook nog zand op de grond maar dat was nu niet meer.
We waren die dag alleen met Ole, want Louis was die ochtend samen met zijn neef Kolja bij het huisje opgehaald door zijn opa en oma om een dagje naar Madurodam te gaan.
Toen we binnenkwamen was het er nog bijna helemaal leeg maar al snel kwamen er een paar andere bezoekers. Allemaal van de gepensioneerde leeftijd en in sportieve "outdoor-kleding". Sommige stellen waren zelfs unisex. Er kwamen een oude man en zijn vrouw de barmevrouw een bloemetje geven. Een paar dagen daarvoor had de man er zijn tachtigste verjaardag gevierd maar hij was onwel geworden en er moest een ambulance komen om hem af te voeren en nu kwamen ze het personeel van Gasterij 't Woud bedanken voor de moeite die zij voor hem hadden gedaan. Ze bleven niet voor een kopje koffie want ze hadden een afspraak in Bergen met een vriendin en hun tijd was drukbezet want ze waren hier maar even want eigenlijk woonde ze in Frankrijk.
Aan de stamtafel zaten twee mannen van in de zestig die samen aan het fietsen waren. Ze hadden hun fietsen niet op slot gezet, zij de ene. Mijn vrouw Gree zou dat nou nooit doen, maarja dat heb je met vrouwen he, altijd voorzichtig. De andere man maakt ondertussen met zijn telefoon een foto van de kopjes koffie die ze besteld hadden. Hij zal ook wel een blog hebben, dacht ik.
Toen ik even naar de wc was vertelde de  ene over de wielrenner Jan Raas. Deze man stond bekend om zijn opvliegende karakter en op een dag toen hij thuiskwam zat er een vreemde man in zijn huis die met een pistool zijn vrouw en kinderen onder schot hield en dreigdde hen neer te schieten als Raas hem niet snel al zijn geld en waardevolle spullen zou geven. Jan Raas werd hierop zo boos, hij pakte een stoel en sloeg de dief hiermee helemaal in elkaar. Hij werd later zelfs nog vervolgd voor zware mishandeling. Dit verhaal hoorde ik pas toen we alweer op de fiets zaten want ik was de nieuwe wc's van de Gasterij aan het bewonderen. Destijds waren ze oud en bekleed met donkergroene tegeltjes met een reliefje  en sowiezo vrij donker. Nu waren het hangende potten en de ramen leken groter en de muren waren bekleed met beige tegeltjes. De twee mannen aan de stamtafel waren ook erg te spreken over de nieuwe wc's. Er gaat een echte kracht vanuit zij de spraakzame tegen de barmevrouw. Ik ben wel eens in Frankrijk in een restaurant geweest en daar hadden ze zulke mooie wc's, daar zou ik graag nog een keer naar teruggaan, alleen voor die wc.
De stillere van de twee zong ondertussen zachtjes mee met een mij onbekend oud liedje: "everybody wants somebody", wij betaalde voor de thee, koffie, limonade en de appeltaart en stapten weer op onze fietsen.